dit ben ik nietig en klein, nooit speciaal
ik ben gewoon hetzelfde als allemaal
gewoon een korrel, een korreltje zand
op het breede grote strand
Waarom ben ik dan nooit bijzonder,
gebeurd er echt nooit meer een wonder?
blijf ik voor altijd, een domme korrel zand,
wie heeft er mijn toekomst in de hand?
de Zee spoelt mij soms voor dagen mee
van strand tot oceaan, tot bijna elke zee
om mij vervolgends weer aan land te strijken
tussen miljarden soortgelijken
toch gebeurde het, het wonder
zie mij nu! ik ben bijzonder
de oceaan nam mij één dag mee
ik zakte naar de diepste zee
de jaren die volgde voelde als hel
toch was het deel van mijn herstel
ik gaf iedereen om mij heen de schuld
en ik verloor bijna mijn geduld
voor Jaren in een schelp gevangen
werdt vrijheid mijn hartsverlangen
terugverlangen naar het strand
door klagen was ik nu hier beland
waarom moest ik zonodig klagen
en om een andere toekomst vragen?
nu zat ik daar zo zielsalleen
ik mistte de vrienden om me heen
Toen ging ik de schelp vertrouwen
ik voelde Zijn liefde mij verbouwen
ik voelde nog als zand, of misschien
veranderde ik zonder het te zien
ik werd groter, door de liefde en de zorg
van de Schelp die mij verborg
veilig in het Hart van die om mij gaf
voelde die verandering niet meer als straf
Jaren Zorg van Die, die mij Omgeeft
is wat mij veranderd heeft
nu ben ik een korrel aan een snoer
niet van zand…maar PARELMOER!